2044 TRICOT JURK RAGLAN MOUW
Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet
Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde weinig rekbaar tricot stof.
JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline voor tricot; een blinde rits.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom - 3,0cm; overige naden - 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
Basisstof:
1. Achterpand – 2x
2. Voorpand - 1x
3. Voormouw - 2x
4. Achtermouw - 2x
5. Achterpandbeleg - 2x
6. Voorpandbeleg - 1x
Vlieseline:
1. Achterpandbeleg - 2x
2. Voorpandbeleg - 1x
Advies: Gebruik voor het naaien van tricot stoffen een speciaal stiksel voor elastische stoffen of smalle zigzag. Bij het locken de naden op 0,8 cm afsnijden. De zoom wordt met een tweelingnaald afgewerkt om de rekbaarheid van de stof te behouden.
WERKBESCHRIJVING:
1. Delen met vlieseline verstevigen.
2. De coupenaden op het voorpand stikken, naar boven toe persen.
3. De middennaad van het achterpand afzonderlijk afwerken. De middenachternaad vanaf het inzetteken voor de rits tot de onderkant van de jurk stikken open persen. Een blinde ris inzetten.
4. De achtermouw aan het achterpand stikken, de naad afwerken en naar de mouw toe strijken. De voormouw aan het voorpand stikken, de naad afwerken en naar de mouw toe strijken. De bovenste mouwnaad istikken, afwerken, naar achter toe strijken.
5. De zij- en de mouwnaad in een keer stikken; de naad afwerken, naar achter toe strijken.
6. De schoudernaden van het achter- en voorpandbeleg stikken, open strijken. Buitenrand afwerken. De jurk en het beleg met de goede kant aan elkaar leggen, rondom de halsrand stikken, de naad netjes inknippen, keren, plaat strijken. Het beleg aan de schoudernaden en de ritsband vastzetten.
7. De zoom en de mouwzoom afwerken, naar binnen omstrijken, doorstikken.