2273 GERIMPELDE JURK
Voordat u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen hier: http://maatpatronen.nl/mod-p.php?reg=otvet
Zie een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend - dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde goed draperende jurk stof.
JE HEBT VERDER NODIG: een blinde rits; elastiek 0,8-1,0cm breed.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom - 2,5cm; halsrand en mouwzoom – 1,5cm; overige naden - 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht!
KNIPPEN:
Basisstof:
1. Bovenachterpand - 2x
2. Achterpandinzet - 2x
3. Onderachterpand - 2x
4. Bovenvoorpand - 1x aan de stofvouw
5. Voorpandinzet - 1x aan de stofvouw
6. Ondervoorpand - 1x aan de stofvouw
7. Mouw - 2x
WERKBESCHRIJVING:
1. Onderkant van het bovenvoorpand rimpelen - met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine. Het bovenvoorpand aan de voorpandinzet volgens markering stikken (rimpels netjes verdelen), de naadtoeslag afwerken, naar inzet toe strijken.
Bovenkant van het ondervoorpand rimpelen - met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine. Het ondervoorpand aan de voorpandinzet volgens markering stikken (rimpels netjes verdelen), de naadtoeslag afwerken, naar inzet toe strijken. Verder als een geheel verwerken.
2. Onderkant van het bovenachterpand rimpelen - met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine. Het bovenachterpand aan de achterpandinzet volgens markering stikken (rimpels netjes verdelen), de naadtoeslag afwerken, naar inzet toe strijken.
Bovenkant van het onderachterpand rimpelen - met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je naaimachine. Het onderachterpand aan de achterpandinzet volgens markering stikken (rimpels netjes verdelen), de naadtoeslag afwerken, naar inzet toe strijken. Verder als een geheel verwerken.
3. Middenachter afzonderlijk afwerken, vanaf de markering tot de onderkant stikken, openstrijken, een blinde rits zetten.
4. De mouw aan het voor- en achterpand volgens markering stikken, de naadtoeslag afwerken, naar de mouw toe strijken.
5. De zijnaden in een keer met de mouwnaad stikken, de naadtoeslag afwerken, naar achter toe strijken.
6. De halsrand van de jurk afwerken, naar binnen ingeslagen doorstikken om een tunnel te creëren. Door de tunnel je elastiek rijgen - pas de lengte van je elastiek aan afhankelijk van de rekbaarheid van de elastiek; en zodra je jurk comfortabel op je schouders zit. De zijkanten van de elastiek vastzetten.
7. De onderkant van de mouw afwerken, naar binnen ingeslagen doorstikken om een tunnel te creëren. Door de tunnel je elastiek rijgen - pas de lengte van je elastiek afhankelijk van de rekbaarheid van de elastiek; en zodra je mouw comfortabel op je bovenarm zit. De zijkanten van de elastiek vastzetten.
8. De zoom van de jurk afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken.