4637 TRICOT TUNIEK MET ZAKJES

 

STOFADVIES: natuurlijke of gemengde weinig of gemiddeld rekbare tricotstof.



JE HEBT VERDER NODIG: vliseliene voor tricot



ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.



NADEN EN ZOMEN: zoom & mouwzoom – 1,5cm; ceintuurstrook – 0,0cm; overige naden – 0,7cm.



LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.

BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!  



KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand – 1x in vouw

2. Voorpand – 1x in vouw

3. Paspel - 2x

4. Kleine onderzak – 2x

5. Grote onderzak – 2x

 



Vliseliene:

1. Paspel - 2x

ADVIES:bij tricotstof te bewerken gebruik een dubbelhard of coverglookmachine.

 

Werkbeschrijving:

 

1. Paspel met vlieseline verstevigen.

 

2. De borstnaden op het voorpand stikken, naar boven strijken.

 

3. De plaats van de zakingang aangeven. De paspel in de lengte met de verkeerde kant naar binnen vouwen en platstrijken. Aan de binnenkant van de paspel de kleine onderzak vaststikken. De paspel aan het voorpand langs de onderste markeerlijn van de zak vastnaaien. De grote onderzak aan het voorpand langs de onderste markeerlijn van de zak vastnaaien. Het stiksel eindigt bij de korte markeerlijnen van de zak. De zakingang doorknippen. 1-1.5 cm van de uiteinden van de zakingang schuine knipjes maken. Door deze opening de paspel en de grote onderzak naar de verkeerde kant vouwen. Aan de verkeerde kant de uiteinden van de zak langs de buitenkant van de driehoekjes met een dubbel stiksel afhechten (heen en terug stikken). De randen van de onderzakken stikken.

 

4. De schoudernaden stikken, afwerken, naar achter strijken.

 

5. De zijnaden in een keer met mouwnaad stikken, afwerken, naar achter strijken.

 

6. De korte zijnaden van de ceintuurstrook twee keer 1,0cm naar binnen vouwen, strijken, doorstikken. De lange zijnaden van de ceintuurstrook 1,0cm naar binnen vouwen, strijken, op de tuniek volgens markering afspelden (of rijgen) en doorstikken.

 

7. Halslrand omborden: maak de schuine omboordstrook (of neem een kant-en-klaar schuine bies) van de breedte 4 cm, en de lengte van de halsrand + 4 — 5 cm. De omboordstrook midden de lengte dubbelvouwen, de naden van allebei kanten naar midden vouwen en strijken. De strook om de rand van de halsrand leggen en vaststikken.

 

8. De zoom van de tuniek en de mouwzoom afwerken, naar binnen omstrijken, doorstikken.

 

9. Maak de veter van de breedte 4 cm, en de wijdte van de heupen +30,0cm. De veter met de verkeerde kant naar binnen door de lengte dubbelvouwen, omstrijken.  De naden van allebei kanten naar midden vouwen en strijken, de korte zijnaden ook naar binnen toe vouwen. De veter van de goede kant door de rand op afstaand van 0,1cm stikken, door de tunnel van de vetersstrook rijgen.