4738 BLOUSE MET STAANDE KRAAG


STOFADVIES: blouse stoffen van natuurlijke vezels of mengvezels. 


JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline; 2 knopen.


ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: zoom onderkant – 1,5cm; overige naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht!


KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand - 1x aan de stofvouw

2. Voorpand - 1x

3. Mouw - 2x 

4. Sluitbies - 4x 

5. Staande kraag – 2x

6. Manchetten - 2x

7. Achterpas - 1x 



VLIESELINE: 

1. Sluitbies - 2x 

2. Staande kraag – 1x

3. Manchetten - 2x


WERKBESCHRIJVING:


1. Sluitbies, staande kraag en manchetten met vlieseliene verstevigen. 


2. De plooien op het achterpand volgens markering vouwen, afspelden of vastrijgen. De achterpas aan het achterpand stikken, de naad afwerken, naar boven omstrijken.


3. De coupenaden op het voorpand volgens markering stikken, naar boven omstrijken.


4. De sluitbies door de lengte met de goede kant naar buiten dubbelvouwen, omstrijken. De sluitbies aan het voorpand stikken (de stiksel eindigt op 1,0cm afstaand van de onderkant). De naadtoeslag op het voorpand netjes in de hoekjes inknippen (de knipsel eindigt op 0,1cm afstaand van de naad). De onderste naden van de rechter sluitbies op de linker sluitbies leggen, naar binnen keren en van binnen aan het voorpand stikken. De naad afwerken. De onderkant van de sluitbies op de goede kant smal doorstikken, daarbij de onderslag mee vaststikken.


5. Schouder naden stikken, de naden naar de rug toe strijken. Afwerken. 


6. Staandkraag delen met goede kant op elkaar leggen en op de buitenrand stikken. Bij het stikken beginnen en eindigen precies bij de inzetlijn van de kraag. Kraag keren en platstrijken.


7. Het buitendeel van de staande kraag in de halsrand naaien, de open rand van het binnendeel van de staande kraag omvouwen en in de naad stikken. De staander 0.1 cm van de rand doorstikken.


8. Op de mouw de markering voor de sluiting aangeven. Knip de mouw volgens de markering voor de sluiting. De sluiting omboorden: maak de schuine omboordstrook (of neem een kant-en-klaar schuine bies) van de breedte 4 cm, en de lengte van de sluiting + 4 — 5 cm. De omboordstrook midden de lengte dubbelvouwen, de naden van allebei kanten naar midden vouwen en strijken. De sluiting omboorden. 


9. De mouw in de open mouwgat zetten, de naad afwerken, omstrijken. De zijnaden in een keer met de mouwnaad stikken, de naad afwerken, naar achter toe strijken.


10. Vouw de manchetten dicht in de lengte met de goede kanten op elkaar. Stik de hoeken, knip de naden kort en knip de hoeken schuin af. Keer de manchetten en strijk ze. Leg de goede kanten van de mouwen en van de manchetten op elkaar en stik ze met een zijde van de manchetten op elkaar. Vouw de achterkant van de manchetten 1,0cm naar binnen en stik hem door in het voorgaande stiksel.


11. De zoom van de blouse afwerken, naar binnen omstrijken en doorstikken. 


12. Maak een knoopsgat in de manchetten op de aangegeven plaats aan de kant die het dichtst bij de naad van de mouw zit. Zet aan de andere kant een knoop op de aangegeven plaats.