5801 TRICOT JURK/TUNIEK 


STOFADVIES: natuurlijke of gemengde weinig of gemiddeld rekbare tricotstof.



ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT, 

IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.


NADEN EN ZOMEN: alle naden - 1,0cm.


LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT.


BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!


Alle teksten op de patroondelen zijn aan de goede kant aangebracht!


KNIPPEN:

Basisstof:

1. Achterpand - 1x aan de stofvouw

2. Onderachterpand - 1x

3. Voorpand - 1x aan de stofvouw

4. Ondervoorpand - 1x

5. Mouw - 2x

6. Manchetten - 2x

7. Kraag – 1x 


ADVIES: Gebruik voor het naaien van tricot stoffen een speciaal stiksel voor elastische stoffen of smalle zigzag. Bij het locken de naden op   0.8 cm afsnijden. De zoom wordt met een tweelingnaald afgewerkt om de rekbaarheid van de stof te behouden. 


Werkbeschrijving: 


1. De coupenaden op het voorpand stikken, de naden met overlook afknippen, afwerken.


2. De plooien op het voorpand volgens markering vouwen, omstrijken. De plooien op de verkeerde kant vanaf de halsrand tot de markering stikken, naar rechts toe strijken. Op de goede kant van de tuniek een sierstik langs de plooien tot de markering maken.


3. De mouw aan het Voor- en achterpand stikken, de naden afwerken. De ondernaad van de mouw en de zijnaad in een keer stikken, afwerken, naar achter strijken.


4. De korte zijnaden van de kraag stikken, openstrijken. De kraag met de verkeerde kant naar binnen door de lengte dubbelvouwen, strijken. De kraag aan de halsrand stikken (de naad van de kraag aan de linker schoudernaad zetten). De naad afwerken, omstrijken.



5. De korte zijnaden van de manchetten stikken, openstrijken. De manchetten met de verkeerde kant naar binnen door de lengte dubbelvouwen, strijken. De manchetten aan de onderkant van de mouw stikken. De naad afwerken, omstrijken.


6. De korte zijnaden van het ondervoor- en achterpand stikken, openstrijken. Verder als een detail bewerken. Het onderpand met de verkeerde kant naar binnen door de lengte dubbelvouwen, strijken. Onderpand aan de onderkant van de tuniek stikken. De naad afwerken, omstrijken.