7026 JURK MET DE KRAAG EN MANCHETTEN
Voordat
u het patroon uit gaat printen, lees alstublieft het meest gestelde vragen
hier: Meest gestelde vragen
Zie
een vierkant 10cm x 10cm die op de laatste bladzijde van elk patroon getekend -
dat is om de schaal van uitgeprinte patroon te controleren. ADVIES: print eerst
de laatste pagina uit om zeker te zijn of de printerinstellingen correct zijn.
STOFADVIES: natuurlijke of gemengde jurkstof, contrasterende of passende stof voor een kraag en manchetten.
JE HEBT VERDER NODIG: vlieseline; 1,25m satijnen biaisband van een passende of contrasterende kleur; 6 knopen.
ALS DE PATROONDELEN DUBBELE RANDEN HEBBEN, ZIJN ALLE NADEN EN ZOMEN IN HET PATROON VERWERKT,
IN GEVAL VAN ENKELE RANDEN ZIJN DE NADEN EN DE ZOMEN NIET INBEGREPEN.
NADEN EN ZOMEN: zoom – 2,0cm; overige naden – 1,0cm.
LET OP! ALS EERSTE,PRINT DE PAPIEREN PATROONDELEN UIT EN LEG DEZE OP DE STOF (de stofbreedte tussen 90 cm en 150 cm)OM TE BEPALEN HOEVEEL STOF JE NODIG HEBT (vergeet dubbele en symmetrische delen niet).
BIJ HET AAN ELKAAR NAAIEN VAN DE DELEN LET OP DE INZETTEKENS - HOUD DE INZETTEKENS OP ELKAAR!
KNIPPEN:
Basisstof 1:
1. Mouw – 2x
2. Middenvoorpand – 1x aan de
stofvouw
3. Middenachterpand – 2x
4. Zijachterpand – 2x
5. Zijvoorpand
– 2x
6.
Mouwsplitbeleg – 2x
7. Sluitbies
– 1x aan de stofvouw
8. Ondervoorpand – 1x aan de stofvouw
9. Ondervoorpand – 1x aan de stofvouw
Basisstof 2:
1. Ceintuur – 2x
2. Kraag – 4x
3. Halsrandbeleg – 2x
4. Manchet – 2x
VLIESELINE:
1. Kraag – 2x
2. Halsrandbeleg – 2x
3. Manchet – 2x
LET OP: delen van het ondervoor- en achterpand worden van dezelfde patroon geknipt.
WERKBESCHRIJVING:
1. Het halsrandbeleg en de bovenste delen van de kraag met vliseline verstevigen. De bovenste helft van de manchet net vliseline verstevigen.
2. Het zijvoorpand aan de mouw volgens
markering stikken. De naadtoeslag afwerken, naar de mouw toe strijken. Op de
goede kant van de mouw op 0,3cm van de naad doorstikken (de naadtoeslag mee
stikken).
Het zijvoorpand aan de mouw volgens markering
stikken. De naadtoeslag afwerken, naar de mouw toe strijken. Op de goede kant
van de mouw op 0,3cm van de naad doorstikken (de naadtoeslag mee stikken).
3. De
schoudernaden van het middenvoor- en achterpand stikken, afwerken, naar achter
toe strijken.
4. De ceintuur met de goede kant naar binnen dubbelvouwen, een schuine en
een lange naad stikken. De hoekje van de naadtoeslag netjes schuin afknippen;
detail keren, persen. Op de goede kant van de ceintuur op 0,3cm van de rand
doorstikken.
5. Op de onafgewerkte rand van de ceintuur de plooien volgens markering
vouwen, afspelden of vastrijgen. De ceintuur volgens markering aan het middenachterpand afspelden of vastrijgen.
De mouwkop tussen
markering rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van je
naaimachine). De mouw in een keer met de voor- en achterzijpanden
aan het middenvoor- en achterpand stikken – rimpels netjes verdelen (de ceintuur
mee stikken). De naadtoeslag afwerken, naar midden toe strijken. Op de goede
kant van de panden op 0,3cm van de naad doorstikken (de naadtoeslag mee
stikken).
6. Op de onderkant van de mouw de markering voor de mouwsplit aanbrengen
en doorknippen. De mouwsplit met biaisband afwerken.
7. De zij- en de mouwnaad in een keer stikken, afwerken, naar achter toe
strijken.
8. De onderkant van de mouw rimpelen (met de hand of gebruik een
rimpelvoetje van je naaimachine).
De manchet met de goede kant naar binnen dubbelvouwen,
twee korte naden stikken. De hoekje van de naadtoeslag netjes schuin afknippen;
detail keren, persen. De bovenste deel van de manchet aan de onderkant van de
mouw stikken (rimpels netjes verdelen). De naadtoeslag naar de manchet toe
strijken. De binnenste deel van de manchet ingeslagen aan de aanzetnaad smal
stikken. Op de goede kant van de manchet op 0,3cm van de buitenrand doorstikken.
9. De biaisband door de lengte met de verkeerde kant naar binnen
dubbelvouwen, strijken. Delen van de kraag met de goede kant aan elkaar leggen –
daartussen de biaisband leggen, vastrijgen. De buitenrand van de kraag in een
keer met de biaisband stikken. De rondingen van de naadtoeslag netjes
inknippen; de kraag keren, persen. Op de goede kant van de kraag op 0,3cm van
de buitenrand doorstikken.
10.
De kraag volgens markering
aan de goede kant van de halsrand van de jurk
afspelden of vastrijgen. Het halsrandbeleg en de jurk
met de goede kant aan elkaar leggen en in een keer met de kraag daartussen
stikken. Het beleg ingeslagen aan de aanzetnaad smal stikken (doe het beleg om
de naadtoeslag van de kraag heen).
11.
Op de bovenste rand van het
onderachterpand de markering 7,0cm voor de sluiting
aanbrengen en doorknippen. De sluitbies door de lengte met de goede kant naar
binnen dubbelvouwen. De naadtoeslag naar binnen omstrijken – daartussen de
onafgewerkte naden van de sluiting vastrijgen, smal stikken. De sluitbies naar
binnenste kant van de rok keren, persen.
12.
De zijnaden van het voor-
en achteronderpand stikken, afwerken, naar achter toe strijken. De zoom twee
keer 1,0cm naar binnen strijken, doorstikken.
13.
De taillenaad van het
voor- en achteronderpand rimpelen (met de hand of gebruik een rimpelvoetje van
je naaimachine). De lijfje en de rok volgens markering aan elkaar stikken –
rimpels netjes verdelen. De naadtoeslag afwerken, naar boven toe strijken. Op
de goede kant van de lijfje op 0,5cm van de naad doorstikken (de naadtoeslag
mee stikken).
14.
Verticale naad van de
sluitbies van het achterpand afwerken. Het
sluitbies van het achterpand volgens markering naar buiten toe vouwen, bovenste
korte naad bij de halsrand stikken. De hoekje van de
naadtoeslag netjes schuin afknippen, het beleg keren, persen.
15.
Op e linker achterpand en
op de manchetten de knoopsgaten volgens markering maken; op de rechter
achterpand en de manchetten de knopen volgens markering aanzetten.
16. Van de rest van de biaisband een koordje maken en op het voorpand bij de kraag een strikje bevestigen.